GGS en de rafelrandendiscussie

KnotwilgengebiedAfgelopen donderdag, 17 oktober, was de aftrap in de raad van de discussie over de rafelranden van Soest. Er was per fractie voor één woordvoerder gelegenheid om vragen te stellen aan het college. Volgende week donderdag is de mogelijkheid voor de inwoners om in te spreken. Voor Gemeentebelangen Groen Soest (GGS), de partij die staat voor het behoud van een open poldergebied en zorgvuldige en duurzame ruimtelijke ordening, is dit onderwerp van groot belang.

De Rode Contour

Enige jaren geleden zijn om de bebouwde kom van Soest –  door de provincie – denkbeeldige lijnen getrokken, de ‘rode contour’. Buiten deze lijnen mag in principe niet gebouwd worden. Voor Soest zien we tot 2030 voldoende mogelijkheden om ‘binnenstedelijk’ (binnen de rode contour) aan de vraag naar nieuwe huizen te voldoen. Daarna gaat het knellen. We willen immers ook de bebouwde kom niet zodanig verdichten dan het één grote steenmassa wordt. Groen is ook daar belangrijk. Bij de vorming van het coalitieakkoord is daarom afgesproken om te bekijken wat eventuele mogelijkheden zijn om na 2030 buiten de rode contour te bouwen. Dit dan uitsluitend in de rafelranden, conform de omgevingsvisie van de gemeente Soest.

Wat zijn rafelranden?

Bij deze zoektocht is het begrip ‘rafelranden’ ontstaan. Dit zijn gebieden die nèt buiten de Rode Contour liggen, maar wel aansluiten bij de bebouwing van het dorp. Dit laatste is belangrijk, aangezien er dan geen grote aanpassingen in de infrastructuur van wegen, kabels en riool nodig zijn en de voorzieningen zoals winkels, scholen en openbaar vervoer nabij zijn. Om die reden vallen bijvoorbeeld plannen in de Spoorwegdriehoek (het gebied tussen de spoorlijnen, direct achter de rioolwaterzuivering) bij de Hooiweg en rond de Jachthuislaan af.

Selectie en raadsbesluit

Uiteindelijk zijn er vier gebieden aangemerkt als rafelranden. Het gebied ten oosten van de Lange Brinkweg valt af vanwege de wens het open karakter te behouden. De Wieksloot is ongeschikt vanwege de bodemgesteldheid en de hogere natuurwaarde. Wat overblijft is het knotwilgengebied (Inspecteur Schreuderlaan/Stadhouderslaan) en het weidegebied ten zuiden van de rioolwaterzuivering (Stadhouderslaan/Korte Brinkweg/spoor Baarn-Utrecht). In het raadsbesluit worden laatstgenoemde gebieden aangeduid als ‘potentiële locaties om woningbouw te ontwikkelen na 2030’. Het besluit betreft het onderzoek of deze gebieden geschikt zijn voor woningbouw. Een besluit tot bouwen is het dus niet.

GGS, coalitie en concessie

GGS heeft sinds de oprichting in 1990 gewaakt over het behoud van een open poldergebied en zorgvuldige ruimtelijke ordening. Het spreekt daarom vanzelf dat bouwen in dit gebied allesbehalve een hartenwens van GGS is. Anderzijds zien wij ons geconfronteerd met een enorme vraag naar woonruimte. Dit leidt er toe dat politieke partijen hoge prioriteit geven aan de oplossing van dit probleem. Hierin verschillen wel de inzichten. Deze variëren tussen het zoeken naar binnenstedelijke oplossingen tot het volbouwen van de polder met ons inziens Vinex-achtige toekomstige ‘Vogelaarwijken’. Het instemmen met een onderzoek naar het knotwilgengebied en het weidegebied voornoemd is een grote concessie die GGS doet, binnen de coalitie, aan andere partijen. Belangrijk is: de openheid van de polder kan hierdoor blijven. Compromissen zijn onvermijdelijk in ons democratisch model, waarin allerlei gezichtspunten vertegenwoordigd zijn.

Het proces: bouwen in deze rafelranden?

Indien het raadsbesluit (op een nog te bepalen datum) wordt aangenomen, wat worden dan de volgende stappen in het proces? Allereerst dient de provincie toestemming te geven voor bouw in deze gebieden. Vervolgens zal omvangrijk (en onafhankelijk) onderzoek moeten plaatsvinden op het gebied van bodemgesteldheid en waterhuishouding, infrastructurele gevolgen (dit in relatie tot de verkeersontwikkeling, maar ook de situatie met betrekking tot water- en netcongestie). Dan moet blijken of de grondeigenaren bereid zijn over te gaan tot verkoop of ontwikkeling. Vervolgens moeten één of meerdere projectontwikkelaars gevonden worden die een plan willen ontwerpen voor dit gebied. Hierbij moet rekening worden gehouden met de zogenaamde doelgroepenverordening (voor wie te bouwen, met  de verplichting een percentage sociale woningbouw te realiseren. Dit kan het ‘businessmodel’ minder gunstig maken). Dan volgt een participatieprocedure voor de omwonenden en woningzoekenden. Uiteindelijk zal dan het concrete plan in de gemeenteraad worden besproken. De raad heeft adviesrecht. Daarna wordt een besluit genomen. Belanghebbende die het oneens zijn met het besluit, kunnen de zaak aankaarten bij de Raad van Staten.

In ruimtelijke ordening zijn bodem en water tegenwoordig sturend. Gezien de problematiek die te verwachten is met betrekking tot de waterhuishouding (en overigens ook de netcongestie), zal er – mocht al blijken dat hier kan worden gebouwd – nog wel wat water door de zee gaan voordat hier de eerste spade in de grond gaat. Vooral eerstgenoemd punt zal in dit gebied een probleem zijn, mede gezien de noodzaak water te bufferen, waardoor het grondwaterpeil zal moeten worden verhoogd.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Winkelaanbod’

Normen voor winkelaanbod in Nederland omvatten wettelijke regels voor winkels.

Belangrijkste normen en richtlijnen:

  • Winkeltijdenwet: Openingstijden: winkels zijn in principe gesloten op zon- en feestdagen en tussen 22.00 en 6.00 uur. Gemeenten kunnen hierop uitzonderingen maken via een verordening.
  • Product- en verkoopregels: Productveiligheid: ondernemers moeten voldoen aan regels van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor etikettering en productveiligheid. Daarnaast geldt een informatieplicht over prijzen, garantie en productkenmerken.
  • Huisregels: Winkeliers mogen eigen huisregels opstellen, zoals een verbod op eten/drinken, verplichte mandjes, of tassencontroles.
  • Veiligheid: Het is essentieel dat de winkel veilig is ingericht en, indien noodzakelijk, ruimte biedt voor 1,5 meter afstand. Voor horeca zijn andere richtlijnen vastgesteld.
  • Online aanbod: Webshops moeten voldoen aan vermelding van KvK-nummer, btw-nummer en een fysiek adres.

Om rekening mee te houden in de toekomst

  • De winkelgebieden in onze gemeente worden goed bezocht voor zowel de dagelijkse boodschappen als meer uitzonderlijke aankomen (winkelen). Van onze inwoners winkelen de meeste mensen bij Winkelpromenade Soestdijk (53%) en Soest-Zuid (38%), gevolgd door online winkelen (33%);
  • Onze inwoners winkelen minder vaak regionaal. Respectievelijk 18 en 7 % winkelt in Amersfoort en Utrecht;
  • De inwoners van Soest en Soesterberg gaan voornamelijk met de auto naar de winkelgebieden;
  • Gratis parkeren is een belangrijk aspect voor het kiezen van een winkelgebied in onze gemeente;
  • Parkeren/parkeernorm zijn vaak een belemmering voor nieuwe ontwikkelingen (vergroting winkelaanbod);
  • In Winkelpromenade Soestdijk is er een tekort aan parkeerplaatsen. In Soest-Zuid en de Rademakerstraat is de parkeerdruk minder hoog;
  • Er is een gebrek in alle winkelgebieden aan openbare toiletvoorzieningen;
  • Supermarkten blijven de trekkers voor alle winkelgebieden in Soest. Nieuwe (concurrerende) supermarkten verhogen de aantrekkingskracht van de winkelgebieden.
  • ‘Pick-up points’ (voor ‘online’ gekochte producten) in- of bij bestaande winkelcentra en supermarktlocaties stimuleren combinatiebezoek en leiden daarmee tot meer omzet voor de plaatselijke winkels.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Wijkwethouders”

De (vier) wethouders van Soest krijgen naast hun portefeuilles (zoals bijvoorbeeld wonen, verkeer en ruimtelijke ordening) ook wijken van Soest en Soesterberg toebedeeld. Voor deze wijken zijn zij de ‘wijkwethouder’. Zij vormen een direct aanspreekpunt voor de inwoners van deze wijk met het college van Burgemeester en Wethouders.

Wijkwethouders gaan samen met u de wijk in tijdens een wijkschouw en zijn bij evenementen of andere gebeurtenissen in uw wijk.

Inwoners kunnen met vragen en ideeën bij hun wijkwethouder terecht.

U kunt met alle onderwerpen en ideeën over uw wijk terecht bij uw wijkwethouder. In sommige gevallen kan dit een onderwerp zijn wat ook in de portefeuille van uw (wijk)wethouder valt. Het lijntje tussen inwoners en college kan in dit geval niet korter! In andere gevallen is het misschien niet iets wat de portefeuille van uw wijkwethouder betreft. De wijkwethouder kan uw tips of informatie dan wel overbrengen bij de betreffende portefeuillehouder.

De relatie tussen de wijkwethouder en de portefeuillehouder is afgesproken in het college. De wijkwethouder neemt niet de plaats in van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan bij belangrijke inhoudelijk thema’s natuurlijk wel gebruik maken van de kennis van de wijkwethouder.

Wij willen starten met een wijkwethouder voor Soesterberg. Als dit de verwachte resultaten heeft breiden we het principe uit over de andere wijken van Soest.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met “Dorpsvisie”

Een dorpsvisie is een richtinggevend document, opgesteld door bewoners, dat de gewenste toekomst, beleving en identiteit van een dorp vastlegt. Het vertaalt wensen en ideeën van de gemeenschap naar concrete doelen voor wonen, zorg en voorzieningen, en dient als basis voor overleg met de gemeente.

Wat houdt het maken van een dorpsvisie in?

  • Doel: Het behouden of versterken van de beleving en het karakter van het dorp, vaak ter voorbereiding op omgevingsplannen of gemeentelijk beleid.
  • Proces: Bewoners, verenigingen en andere belanghebbenden inventariseren knelpunten en ambities.
  • Inhoud: Visie op ruimtelijke ordening wonen, voorzieningen, zorg en groen, vaak vertaald in een actieplan.
  • Resultaat: Een gedragen integraal document dat richting geeft aan de toekomst en fungeert als gezichtspunt richting gemeente en provincie.

Stappen voor het maken van een dorpsvisie:

  1. Organisatie: Vorm een werkgroep van betrokken bewoners.
  2. Participatie: Organiseer bijeenkomsten, enquêtes of inloopavonden om ideeën op te halen.
  3. Analyse: Breng kwaliteiten, knelpunten en trends (bijv. vergrijzing, woningnood) in kaart.
  4. Visievorming: Formuleer gezamenlijke ambities en prioriteiten.
  5. Actieplan: Vertaal de visie naar concrete, haalbare projecten.
  6. Verankering: Presenteer de visie aan het dorp en de gemeente.

Een dorpsvisie is essentieel voor het behoud van de lokale identiteit en zorgt voor een sterkere positie in samenwerking en besluitvorming.

 

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘voorzieningen’

Gemeenten bieden diverse voorzieningen voor sport en cultuur, vaak gericht op deelname door mensen met een laag inkomen. Belangrijke regelingen zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voor contributie en materiaal tot 18 jaar) en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (voor 18+). Daarnaast faciliteren ze vaak met buurtsportcoaches, sportspullenbanken en subsidies voor accommodaties.

Belangrijke Voorzieningen en Regelingen:

  • Jeugdfonds Sport & Cultuur: Vergoedt contributie en materiaal voor sport, muziek, dans of theater voor kinderen uit gezinnen met minder geld.
  • Volwassenenfonds Sport & Cultuur: Betaalt het lesgeld/contributie voor volwassenen die rond het bestaansminimum leven.
  • Lokale regelingen: Veel gemeenten hebben een ‘Kindpakket’, ‘Activeringsregeling’ of een stadspas waarmee activiteiten (zoals zwemles, bibliotheek, musea) (gratis) toegankelijk zijn.
  • Sportspullenbanken/Beweegcoaches: Ondersteuning bij het vinden van geschikte activiteiten en het verkrijgen van materialen.
  • Subsidies: Ondersteuning voor verenigingen, waaronder de BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties.
  • Aanvragen voor deze fondsen verlopen vaak via een intermediair zoals een school, buurtsportcoach of maatschappelijk werker. Kijk op de website van de betreffende gemeente voor de specifieke mogelijkheden.