Grasfalt? Het nut van grasland ......

Graasland polder

Nu en dan komt in de raad de open polder rondom Soest ter sprake. Door enkele partijen wordt dit gebied omschreven als ‘grasfalt’; een samentrekking van gras en asfalt. Hiermee wordt gerefereerd aan het vermeende saaie uiterlijk en geringe natuurwaarde. Om die reden leent dit gebied zich volgens deze partijen voor ‘ontwikkeling’: woningbouw, bedrijventerreinen, zonnevelden, et cetera.

Agrarisch natuurlandschap

In onze Omgevingsvisie hebben we een andere bestemming vastgelegd voor de polder. Dit open gebied, ten oosten van Soest, vormt samen met de aanliggende gebieden in Amersfoort en Baarn een groene zone met een belangrijke regionale functie. Een gebied van 1000 hectare, dat in 2040 zal zijn omgevormd tot een ‘agrarisch natuurlandschap’. Ruimtelijk wordt de polder gevarieerder. De gebruiksmogelijkheden worden vergroot. Naast landbouw komt er meer ruimte voor natuur en recreatie.

Andere prioriteit

Ooit lag de focus op intensivering van de voedselvoorziening, een gevolg van de bevolkingsgroei. Er vond inpoldering plaats om arealen te creëren voor veeteelt en akkerbouw. Dit ontaarde uiteindelijk in een industrieel georganiseerde voedselproductie waarbij Nederland meende, als belangrijkste exporteur van landbouw- en veeteeltproducten (met subsidie van de Europese Unie), een moordende concurrentie aan te gaan met boeren in andere landen en werelddelen, waaronder de ‘derde-wereld-landen’.

Symbiose

Deze verhoging van de efficiency is niet aan de Eempolder voorbijgegaan. Schaalvergroting en landbouwmechanisatie zetten hun stempel op het landschap, en de bijnaam ‘grasfalt’ ontstond. Dat is niet terecht. De potentie van de graslanden is namelijk enorm in vele opzichten. Hierin ligt een groot belang voor de ons, de bewoners van deze streek. Gelukkig kantelt het beeld van de positie van de mens in de wereld langzamerhand. We zullen als mensheid alleen kunnen voortbestaan wanneer wij in symbiose leven met de natuur.

Nu zien wij hoe het overal gaat knellen in ons leefgebied. Er is gebrek aan ruimte, letterlijk en figuurlijk. Er is tekort aan woningen, water, arbeid, energie. Er is netcongestie, CO2-problematiek, wateroverlast én perioden van droogte, met de kans op bosbranden en bodemdaling. Defensie claimt meer ruimte, een gevolg van de veranderingen in de mondiale toestand. Bij dit gebrek aan oppervlakte komt nog de prognose van een forse stijging van de zeewaterspiegel in de komende tweehonderd jaar. De schattingen lopen uiteen van drie tot 70 meter. Dit zal uiteindelijk van grote invloed zijn op laaggelegen gebieden, zoals de delta Nederland.

Terug naar Soest … kwel

Het is niet vreemd dat partijen in deze situatie naar het ruime, open, landschap kijken en er een oplossing in zien. De poldergebieden van Soest zijn echter ongeschikt voor bouw van woningen of industrie. Soest ligt in het midden van een kwelwaterzone. Dit zijn ondergrondse waterstromen vanuit hoog gelegen gebieden naar laag gelegen zones (de polders).

Allereerst stroomt water vanuit de Utrechtse Heuvelrug richting Eemland en komt naar boven bij de Wieksloot tot de voet van de Eng. Een deel van dit water komt ook aan de oostzijde naar de oppervlakte (Eempolder). Ten tweede is er een stroom van ‘lage kwel’ vanuit de Eng, onder andere richting Soest Hoogveen.

Kwelwater is niet te keren

Kwelwatergebieden zijn als een waterbed. Ontwikkelaars zullen zeggen: ‘We storten er een laag zand op en de problemen zijn verholpen’. Dat is niet juist. De zandlaag drukt het water naar belendende gebieden en verder zal, door de capillaire werking van het zand, het water omhoog blijven kruipen. Daarbij wordt door zo’n kunstmatige zandrug, die de onderlaag plat drukt, de wateropnamecapaciteit van zo’n gebied minder. Dit wreekt zich in een hoger grondwaterpeil in belendende gebieden of het eerder optreden van overstromingen. Zo zouden wijken kunnen ontstaan met vochtproblemen vanaf de oplevering. Daar is niemand bij gebaat. In het omgevingsprogramma ‘water’ wordt dan ook gesteld dat natuurlijke kwelwaterstromen moeten worden behouden (p. 33). Dit biedt daarbij ook kansen voor het vergroten van (water gerelateerde) biodiversiteit.

Klimaatverandering

Door de klimaatverandering zien we ons vaker geconfronteerd met extreme regenval. Oppervlaktewater kan niet snel worden afgevoerd mede doordat, als gevolg van het kwelwater, de grondwaterstand hoog is. Inwateren kan niet meer, naar zee laten stromen willen we ook niet, want er is watertekort. Daarbij zal bij de geprognosticeerde zeewaterspiegelstijging de afvoer van water naar de zee steeds moeilijker worden. Daar komt dan weer bij dat – vanwege genoemd watertekort (we zien ook steeds langere perioden van droogte, dus een buffer is noodzakelijk) – door hogere overheden wordt overwogen om het waterpeil van IJsselmeer, Randmeren en mogelijk ook Eem met 70 cm. te verhogen.

Het wordt dus steeds moeilijker om in de lager gelegen gebieden; de delen van Soest die nu nog onbebouwd zijn, droge voeten te houden. De problematiek dient zich nu al aan in Overhees. De kelders en kruipruimtes lopen onder. De wijk ligt laag, de problemen zullen terugkeren. Achteraf gezien is de wijk Overhees al een brug te ver geweest.

Niet zonder reden staat in het omgevingsprogramma ‘water’ vermeld: ‘Hoewel de kans op overstromingen door een dijkdoorbraak klein is, loopt de polder langs de Eem wel een risico’. Als overloopzone bij hoogwater beschermen deze gebieden bebouwing en infrastructuur elders in Soest (p. 24, 36). Het water kan zich in de polder zonder gevaar of economische rampspoed verspreiden.

Conclusie

Poldergebieden zijn niet geschikt voor de grootschalige bouw van woningen of industrie. We kunnen ze beter benutten voor functies waarbij een incidenteel wateroverschot niet tot onmiddellijke problemen leidt. Te denken valt aan voedselproductie, biodiverse kruidenrijke graslanden, waterberging (in grondwater en oppervlaktewater), agrarisch natuurlandschap gekoppeld aan recreatie. Het omgevingsprogramma zet op dit alles in. Goede samenwerking met onze agrariërs is daarbij onontbeerlijk. Het landschap zal geleidelijk aan veranderen. Houtwallen – zij verdwenen onder druk van de landbouwmechanisatie – worden teruggeplaatst. Het accent zal meer en meer kunnen komen te liggen op regionale voedselproductie door middel van natuur inclusieve landbouw. Het landschap wordt aantrekkelijker, de biodiversiteit verhoogd.  

Met betrekking tot de woningbouw mag ook worden bedacht dat volgens prognoses rondom 2050 een einde komt aan de bevolkingsgroei. Dan krimpt de bevolking. Het is zonde om (potentieel) waardevolle natuurgebieden te bebouwen voor uiteindelijke leegstand. Wat eenmaal voor woningbouw is toegeëigend wordt niet snel prijs gegeven, al wordt in sommige gebieden elders in het land bij geplande woningbouw al rekening gehouden met sloop binnen 60 jaar vanwege waterstijging.

Het is dus kwestie van zorgvuldig plannen met oog op ontwikkelingen op lange termijn. Het hoofd koel houden en bouwen op logische plaatsen waar droge voeten voorlopig zijn gegarandeerd. Niet voor niets is ten aanzien van woningbouw ‘water en bodem zijn sturend’ de nationale leus. Het nut van open grasland is niet gelegen in een toekomst als bouwlocatie, maar in de bovengeschetste mogelijkheden die nu in de omgevingsprogramma’s zijn vastgelegd.

Tim de Wolf Handtekening

Tim de Wolf

Raadslid (Tel: 035 – 602 67 61)

Natuur en Milieu – Verkeer en Vervoer – Bestuurlijke taken

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Winkelaanbod’

Normen voor winkelaanbod in Nederland omvatten wettelijke regels voor winkels.

Belangrijkste normen en richtlijnen:

  • Winkeltijdenwet: Openingstijden: winkels zijn in principe gesloten op zon- en feestdagen en tussen 22.00 en 6.00 uur. Gemeenten kunnen hierop uitzonderingen maken via een verordening.
  • Product- en verkoopregels: Productveiligheid: ondernemers moeten voldoen aan regels van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor etikettering en productveiligheid. Daarnaast geldt een informatieplicht over prijzen, garantie en productkenmerken.
  • Huisregels: Winkeliers mogen eigen huisregels opstellen, zoals een verbod op eten/drinken, verplichte mandjes, of tassencontroles.
  • Veiligheid: Het is essentieel dat de winkel veilig is ingericht en, indien noodzakelijk, ruimte biedt voor 1,5 meter afstand. Voor horeca zijn andere richtlijnen vastgesteld.
  • Online aanbod: Webshops moeten voldoen aan vermelding van KvK-nummer, btw-nummer en een fysiek adres.

Om rekening mee te houden in de toekomst

  • De winkelgebieden in onze gemeente worden goed bezocht voor zowel de dagelijkse boodschappen als meer uitzonderlijke aankomen (winkelen). Van onze inwoners winkelen de meeste mensen bij Winkelpromenade Soestdijk (53%) en Soest-Zuid (38%), gevolgd door online winkelen (33%);
  • Onze inwoners winkelen minder vaak regionaal. Respectievelijk 18 en 7 % winkelt in Amersfoort en Utrecht;
  • De inwoners van Soest en Soesterberg gaan voornamelijk met de auto naar de winkelgebieden;
  • Gratis parkeren is een belangrijk aspect voor het kiezen van een winkelgebied in onze gemeente;
  • Parkeren/parkeernorm zijn vaak een belemmering voor nieuwe ontwikkelingen (vergroting winkelaanbod);
  • In Winkelpromenade Soestdijk is er een tekort aan parkeerplaatsen. In Soest-Zuid en de Rademakerstraat is de parkeerdruk minder hoog;
  • Er is een gebrek in alle winkelgebieden aan openbare toiletvoorzieningen;
  • Supermarkten blijven de trekkers voor alle winkelgebieden in Soest. Nieuwe (concurrerende) supermarkten verhogen de aantrekkingskracht van de winkelgebieden.
  • ‘Pick-up points’ (voor ‘online’ gekochte producten) in- of bij bestaande winkelcentra en supermarktlocaties stimuleren combinatiebezoek en leiden daarmee tot meer omzet voor de plaatselijke winkels.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Wijkwethouders”

De (vier) wethouders van Soest krijgen naast hun portefeuilles (zoals bijvoorbeeld wonen, verkeer en ruimtelijke ordening) ook wijken van Soest en Soesterberg toebedeeld. Voor deze wijken zijn zij de ‘wijkwethouder’. Zij vormen een direct aanspreekpunt voor de inwoners van deze wijk met het college van Burgemeester en Wethouders.

Wijkwethouders gaan samen met u de wijk in tijdens een wijkschouw en zijn bij evenementen of andere gebeurtenissen in uw wijk.

Inwoners kunnen met vragen en ideeën bij hun wijkwethouder terecht.

U kunt met alle onderwerpen en ideeën over uw wijk terecht bij uw wijkwethouder. In sommige gevallen kan dit een onderwerp zijn wat ook in de portefeuille van uw (wijk)wethouder valt. Het lijntje tussen inwoners en college kan in dit geval niet korter! In andere gevallen is het misschien niet iets wat de portefeuille van uw wijkwethouder betreft. De wijkwethouder kan uw tips of informatie dan wel overbrengen bij de betreffende portefeuillehouder.

De relatie tussen de wijkwethouder en de portefeuillehouder is afgesproken in het college. De wijkwethouder neemt niet de plaats in van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan bij belangrijke inhoudelijk thema’s natuurlijk wel gebruik maken van de kennis van de wijkwethouder.

Wij willen starten met een wijkwethouder voor Soesterberg. Als dit de verwachte resultaten heeft breiden we het principe uit over de andere wijken van Soest.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met “Dorpsvisie”

Een dorpsvisie is een richtinggevend document, opgesteld door bewoners, dat de gewenste toekomst, beleving en identiteit van een dorp vastlegt. Het vertaalt wensen en ideeën van de gemeenschap naar concrete doelen voor wonen, zorg en voorzieningen, en dient als basis voor overleg met de gemeente.

Wat houdt het maken van een dorpsvisie in?

  • Doel: Het behouden of versterken van de beleving en het karakter van het dorp, vaak ter voorbereiding op omgevingsplannen of gemeentelijk beleid.
  • Proces: Bewoners, verenigingen en andere belanghebbenden inventariseren knelpunten en ambities.
  • Inhoud: Visie op ruimtelijke ordening wonen, voorzieningen, zorg en groen, vaak vertaald in een actieplan.
  • Resultaat: Een gedragen integraal document dat richting geeft aan de toekomst en fungeert als gezichtspunt richting gemeente en provincie.

Stappen voor het maken van een dorpsvisie:

  1. Organisatie: Vorm een werkgroep van betrokken bewoners.
  2. Participatie: Organiseer bijeenkomsten, enquêtes of inloopavonden om ideeën op te halen.
  3. Analyse: Breng kwaliteiten, knelpunten en trends (bijv. vergrijzing, woningnood) in kaart.
  4. Visievorming: Formuleer gezamenlijke ambities en prioriteiten.
  5. Actieplan: Vertaal de visie naar concrete, haalbare projecten.
  6. Verankering: Presenteer de visie aan het dorp en de gemeente.

Een dorpsvisie is essentieel voor het behoud van de lokale identiteit en zorgt voor een sterkere positie in samenwerking en besluitvorming.

 

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘voorzieningen’

Gemeenten bieden diverse voorzieningen voor sport en cultuur, vaak gericht op deelname door mensen met een laag inkomen. Belangrijke regelingen zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voor contributie en materiaal tot 18 jaar) en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (voor 18+). Daarnaast faciliteren ze vaak met buurtsportcoaches, sportspullenbanken en subsidies voor accommodaties.

Belangrijke Voorzieningen en Regelingen:

  • Jeugdfonds Sport & Cultuur: Vergoedt contributie en materiaal voor sport, muziek, dans of theater voor kinderen uit gezinnen met minder geld.
  • Volwassenenfonds Sport & Cultuur: Betaalt het lesgeld/contributie voor volwassenen die rond het bestaansminimum leven.
  • Lokale regelingen: Veel gemeenten hebben een ‘Kindpakket’, ‘Activeringsregeling’ of een stadspas waarmee activiteiten (zoals zwemles, bibliotheek, musea) (gratis) toegankelijk zijn.
  • Sportspullenbanken/Beweegcoaches: Ondersteuning bij het vinden van geschikte activiteiten en het verkrijgen van materialen.
  • Subsidies: Ondersteuning voor verenigingen, waaronder de BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties.
  • Aanvragen voor deze fondsen verlopen vaak via een intermediair zoals een school, buurtsportcoach of maatschappelijk werker. Kijk op de website van de betreffende gemeente voor de specifieke mogelijkheden.