Uit de Raad -Tijdelijke woningbouw voor vluchtelingen en Soesters

Behandeling “Toetsingskader tijdelijke woningbouw” – een puzzel die niet op te lossen is?

Donderdag 14 maart 2024 probeerden we ons met de gemeenteraad een oordeel te vormen over het Toetsingskader Tijdelijke Woningbouw. De publieke tribune bleef de hele avond goed gevuld, terwijl hun geduld behoorlijk op de proef werd gesteld met lange pauzes. Iedereen hartelijk dank voor de belangstelling en het meedenken!

Na een algemene beschouwing van de fracties (die van GGS vind je hier) vond een gedachtewisseling plaats met het College van B&W en onderling in de raad. Dit leidde uiteindelijk tot een opdracht van de gemeenteraad aan de wethouder om de volgende punten aandacht te geven in het werken met het Toetsingskader:

  1. Wat zijn de consequenties van korte contracten (5 jaar), zowel voor de mensen waar het om gaat als in geld?
  2. Hoe kleinschalig is kleinschalig?
  3. Is er in de buurt draagvlak om de contracten met hotel Fletcher en bungalowpark Albertsdorp te verlengen?
  4. Denk aan ongebruikelijke oplossingen.
  5. Denk aan goede participatie en communicatie met de mensen in Soest.

Standpunt GGS

Als fractie heeft Gemeentebelangen Groen Soest (GGS) altijd het standpunt ingenomen dat tijdelijke woningen geen wenselijke oplossing zijn. In het voorstel zoals aangeboden aan de raad, wordt duidelijk aangegeven dat de tijdelijke woningenbouw niet de permanente woningbouw gaat verdringen.

Tijdelijke woningbouw, en dan ook nog eens op meerdere locaties en voor langere tijd, vertraagt volgens ons de permanente woningbouw die zo broodnodig is. Maar de wettelijke verplichtingen en de niet te stoppen stroom van vluchtelingen naar ons land, noodzaakt ons om anders aan te kijken tegen tijdelijke woningen.

Kleinschalige opvang

Tijdens de bijeenkomsten met de inwoners, hebben wij kunnen vaststellen dat er onder de mensen die daarbij aanwezig zijn steun is voor tijdelijke kleinschalige opvang, verspreid door heel Soest.

Het is ons echter nog niet duidelijk wat er precies wordt bedoeld met deze kleinschaligheid. Het COA is van mening dat 100 asielzoekers op een locatie het minimum is. Bij minder kost het COA teveel mensuren om te controleren.

De algemene mening bij Soesters denkt aan maximaal 50 personen. Het college formuleert wat dit betreft vaag en zegt, in antwoord op schriftelijke vragen: “Dat verschilt per locaties en doelgroep. Er zal een optimum gevonden moeten worden tussen kleinschaligheid i.v.m. een goede inbedding in wijken en tegelijkertijd uitvoerbaarheid”.  

Want reken maar uit: in 2025 moeten we 287 asielzoekers huisvesten, verdeeld over kleine locaties en dan nog andere groepen, zoals urgente woningzoekers, starters en statushouders. Dat betekent dat je voor 500 personen huisvesting moet vinden en regelen. Dus heb je kort gezegd 10 locaties nodig voor tijdelijke woningen waarvan in ieder geval 5 á 6 al vol zitten met asielzoekers. De grote vraag is nu: zijn er zoveel locaties beschikbaar?

Gemengde woonvormen

Hoe gaat het element ‘Gemengde woonvormen,’  met verschillende doelgroepen op dezelfde locatie er in de praktijk uitzien qua samenstelling? Hoe wordt de verdeling, welke groep of groepen krijgen de hoogste prioriteit? Op vragen van onze kant kwam hier geen duidelijk antwoord op. Dus komt het er op neer dat iedere mogelijke locatie apart moet worden voorgelegd aan de raad.

Dit komt door de Omgevingswet die is ingegaan per 1 januar 2024. Die geeft een adviesrecht aan  de raad als er een plan bestaat voor 12 woningen of meer. Wij zien dat hier als voordeel. De raad komt altijd nog aan bod komt als een beoogde locatie voor tijdelijke woningbouw wordt voorgesteld.

Buiten de rode contouren

Veel andere raadsfracties hadden het over ongebruikelijke oplossingen, out of the box denken, en vooral door maar even locaties aan te gaan wijzen in het landelijk gebied, buiten de zogeheten Rode Contour. Vaak tegen beter weten in, omdat daar duidelijk afspraken over zijn gemaakt in het coalitietakkoord wat in totaal door 6 partijen in ondertekend. Daarbij komt dat de provincie nog altijd gaat over het buitenbied en zeker geen voorstander is om te knabbelen aan het buitengebied rondom Soest. En als je daar aan gaat beginnen is het zeker geen oplossing waarmee je op korte termijn iets kan realiseren. En dat was wel het uitgangspunt: snelheid is geboden.

Onze fractie is van mening dat we eerst meer eens moeten kijken wat we in de rafelranden rond de gemeente nog kunnen doen, maar dat is pas voor na 2030. Dus zoeken naar locatie in het open polder gebied is geen optie voor tijdelijke woningen. Maar er zijn uiteraard meer manieren om ongebruikelijke manier (tijdelijke) woningen te realiseren. Niemand is erbij gebaat om nu alleen maar de gemoederen en verhoudingen binnen de coalitie op scherp te stellen.

Jan-Paauw Handtekening

Jan Paauw

Fractievoorzitter (Tel: 06 – 206 671 56)

Aandachtsgebieden: Financiën – Economie – Bestuurlijke taken – Wonen – Ruimtelijke Ordening

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Winkelaanbod’

Normen voor winkelaanbod in Nederland omvatten wettelijke regels voor winkels.

Belangrijkste normen en richtlijnen:

  • Winkeltijdenwet: Openingstijden: winkels zijn in principe gesloten op zon- en feestdagen en tussen 22.00 en 6.00 uur. Gemeenten kunnen hierop uitzonderingen maken via een verordening.
  • Product- en verkoopregels: Productveiligheid: ondernemers moeten voldoen aan regels van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor etikettering en productveiligheid. Daarnaast geldt een informatieplicht over prijzen, garantie en productkenmerken.
  • Huisregels: Winkeliers mogen eigen huisregels opstellen, zoals een verbod op eten/drinken, verplichte mandjes, of tassencontroles.
  • Veiligheid: Het is essentieel dat de winkel veilig is ingericht en, indien noodzakelijk, ruimte biedt voor 1,5 meter afstand. Voor horeca zijn andere richtlijnen vastgesteld.
  • Online aanbod: Webshops moeten voldoen aan vermelding van KvK-nummer, btw-nummer en een fysiek adres.

Om rekening mee te houden in de toekomst

  • De winkelgebieden in onze gemeente worden goed bezocht voor zowel de dagelijkse boodschappen als meer uitzonderlijke aankomen (winkelen). Van onze inwoners winkelen de meeste mensen bij Winkelpromenade Soestdijk (53%) en Soest-Zuid (38%), gevolgd door online winkelen (33%);
  • Onze inwoners winkelen minder vaak regionaal. Respectievelijk 18 en 7 % winkelt in Amersfoort en Utrecht;
  • De inwoners van Soest en Soesterberg gaan voornamelijk met de auto naar de winkelgebieden;
  • Gratis parkeren is een belangrijk aspect voor het kiezen van een winkelgebied in onze gemeente;
  • Parkeren/parkeernorm zijn vaak een belemmering voor nieuwe ontwikkelingen (vergroting winkelaanbod);
  • In Winkelpromenade Soestdijk is er een tekort aan parkeerplaatsen. In Soest-Zuid en de Rademakerstraat is de parkeerdruk minder hoog;
  • Er is een gebrek in alle winkelgebieden aan openbare toiletvoorzieningen;
  • Supermarkten blijven de trekkers voor alle winkelgebieden in Soest. Nieuwe (concurrerende) supermarkten verhogen de aantrekkingskracht van de winkelgebieden.
  • ‘Pick-up points’ (voor ‘online’ gekochte producten) in- of bij bestaande winkelcentra en supermarktlocaties stimuleren combinatiebezoek en leiden daarmee tot meer omzet voor de plaatselijke winkels.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Wijkwethouders”

De (vier) wethouders van Soest krijgen naast hun portefeuilles (zoals bijvoorbeeld wonen, verkeer en ruimtelijke ordening) ook wijken van Soest en Soesterberg toebedeeld. Voor deze wijken zijn zij de ‘wijkwethouder’. Zij vormen een direct aanspreekpunt voor de inwoners van deze wijk met het college van Burgemeester en Wethouders.

Wijkwethouders gaan samen met u de wijk in tijdens een wijkschouw en zijn bij evenementen of andere gebeurtenissen in uw wijk.

Inwoners kunnen met vragen en ideeën bij hun wijkwethouder terecht.

U kunt met alle onderwerpen en ideeën over uw wijk terecht bij uw wijkwethouder. In sommige gevallen kan dit een onderwerp zijn wat ook in de portefeuille van uw (wijk)wethouder valt. Het lijntje tussen inwoners en college kan in dit geval niet korter! In andere gevallen is het misschien niet iets wat de portefeuille van uw wijkwethouder betreft. De wijkwethouder kan uw tips of informatie dan wel overbrengen bij de betreffende portefeuillehouder.

De relatie tussen de wijkwethouder en de portefeuillehouder is afgesproken in het college. De wijkwethouder neemt niet de plaats in van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan bij belangrijke inhoudelijk thema’s natuurlijk wel gebruik maken van de kennis van de wijkwethouder.

Wij willen starten met een wijkwethouder voor Soesterberg. Als dit de verwachte resultaten heeft breiden we het principe uit over de andere wijken van Soest.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met “Dorpsvisie”

Een dorpsvisie is een richtinggevend document, opgesteld door bewoners, dat de gewenste toekomst, beleving en identiteit van een dorp vastlegt. Het vertaalt wensen en ideeën van de gemeenschap naar concrete doelen voor wonen, zorg en voorzieningen, en dient als basis voor overleg met de gemeente.

Wat houdt het maken van een dorpsvisie in?

  • Doel: Het behouden of versterken van de beleving en het karakter van het dorp, vaak ter voorbereiding op omgevingsplannen of gemeentelijk beleid.
  • Proces: Bewoners, verenigingen en andere belanghebbenden inventariseren knelpunten en ambities.
  • Inhoud: Visie op ruimtelijke ordening wonen, voorzieningen, zorg en groen, vaak vertaald in een actieplan.
  • Resultaat: Een gedragen integraal document dat richting geeft aan de toekomst en fungeert als gezichtspunt richting gemeente en provincie.

Stappen voor het maken van een dorpsvisie:

  1. Organisatie: Vorm een werkgroep van betrokken bewoners.
  2. Participatie: Organiseer bijeenkomsten, enquêtes of inloopavonden om ideeën op te halen.
  3. Analyse: Breng kwaliteiten, knelpunten en trends (bijv. vergrijzing, woningnood) in kaart.
  4. Visievorming: Formuleer gezamenlijke ambities en prioriteiten.
  5. Actieplan: Vertaal de visie naar concrete, haalbare projecten.
  6. Verankering: Presenteer de visie aan het dorp en de gemeente.

Een dorpsvisie is essentieel voor het behoud van de lokale identiteit en zorgt voor een sterkere positie in samenwerking en besluitvorming.

 

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘voorzieningen’

Gemeenten bieden diverse voorzieningen voor sport en cultuur, vaak gericht op deelname door mensen met een laag inkomen. Belangrijke regelingen zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voor contributie en materiaal tot 18 jaar) en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (voor 18+). Daarnaast faciliteren ze vaak met buurtsportcoaches, sportspullenbanken en subsidies voor accommodaties.

Belangrijke Voorzieningen en Regelingen:

  • Jeugdfonds Sport & Cultuur: Vergoedt contributie en materiaal voor sport, muziek, dans of theater voor kinderen uit gezinnen met minder geld.
  • Volwassenenfonds Sport & Cultuur: Betaalt het lesgeld/contributie voor volwassenen die rond het bestaansminimum leven.
  • Lokale regelingen: Veel gemeenten hebben een ‘Kindpakket’, ‘Activeringsregeling’ of een stadspas waarmee activiteiten (zoals zwemles, bibliotheek, musea) (gratis) toegankelijk zijn.
  • Sportspullenbanken/Beweegcoaches: Ondersteuning bij het vinden van geschikte activiteiten en het verkrijgen van materialen.
  • Subsidies: Ondersteuning voor verenigingen, waaronder de BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties.
  • Aanvragen voor deze fondsen verlopen vaak via een intermediair zoals een school, buurtsportcoach of maatschappelijk werker. Kijk op de website van de betreffende gemeente voor de specifieke mogelijkheden.