Vragen over Jaarcijfers 2022 beantwoord

Vragen over Jaarcijfers 2022 beantwoordIn de raadsvergadering van 1 juni 2023 werden onder meer de Jaarstukken over afgelopen jaar besproken. Daarin verwoordde Jan Paauw namens de fractie onze visie daarop. Gemeentebelangen Groen Soest (GGS) had drie voorstellen die neerkomen op een meer duidelijke manier van publiceren van de jaarcijfers, zodat de iedereen ze goed kan controleren. Deze ideeën zijn overgenomen door het College van B&W.

Onze uiteindelijk goedkeuring van de jaarstukken 2023 zal mede afhankelijk zijn van het nog te ontvangen informatie/advies van de auditcommissie en de accountsverklaring. Maar nu eerst de woorden van Jan:

“Voorzitter,

In de begroting van 2022 hebben wij als raad goedkeuring gegeven aan een begroot overschot van ruim 1,4 miljoen. Uit de jaarstukken blijkt dat 2022 afgesloten is met een overschot van 10,2 miljoen. Na aftrek van de geoormerkte beleidsuitgaven van 1,2 miljoen kan onze Algemene Reserve groeien met bijna 9 miljoen euro.

Wat een prachtig resultaat! Wij feliciteren en danken het college van B&W met al hun inspanningen om tot dit resultaat te komen.

Maar is onze financiële basis daarmee gezonder geworden? Die vraag moet je wel blijven stellen.

Want als wij verder kijken dan dit boekjaar en naar de meerjarenbegroting zullen wij ons moeten realiseren dat het Rijk gedurende het begrotingsjaar 2022 een duidelijk financieel gebaar heeft gemaakt richting de gemeentes. Maar dit was ook echt nodig omdat de gemeentes, en ook wij als gemeente Soest, steeds meer taken kregen om uit te voeren. Wij schatten in dat dit, zo’n financieel gebaar, de komende jaren niet meer zo zal gebeuren.

Zeker is dat het zogeheten Ravijnjaar 2026 nog steeds een terugval laat zien. Daardoor kunnen wij niet zomaar even snel ons uitgavenniveau structureel aanpassen. “Behoedzaam zijn” is ook in de komende jaren onze insteek. Niet alles kan, maar wij hebben een coalitieakkoord dat als fundament heeft dat er veel werk in de steigers moet worden gezet. Echter, de resultaten zijn nu niet zichtbaar voor inwoners. Onze inzet met de Taskforce Bouwen en Wonen is zo’n voorbeeld. Wil je dat beoordelen als raad dan van staat er te weinig over in dit Jaarverslag.

Laten wij duidelijk zijn over wat wij als gemeente hebben gedaan. Met name in de sector wonen en bouwen. In het ‘Deelprogramma 2.1. Wonen’ staat niets over wat er is gerealiseerd. Pas uit antwoorden op schriftelijke vragen kunnen wij vaststellen dat er in 2022 126 woningen zijn gerealiseerd en voor 486 woningen een omgevingsvergunning is afgegeven. Daarvan is voor 253 woningen de bouw nog niet gestart.

Waarom staan deze cijfers niet expliceert aangegeven in dit deelprogramma? Pas dan kunnen wij als raad controleren of de resultaten overeen komen met wat er is afgesproken is qua aantal in de Woondeal.

Vragen aan het college:

  • Waarom staan de gegevens zoals hiervoor aangeven niet in de jaarstukken van 2022?
  • Bent u het met ons eens dat dit essentiële gegevens zijn voor de raad om uw inspanningen te beoordelen in vergelijken met de afspraken aantal in de Woondeal?
  • Ook zijn onze inwoners heel kritisch als het gaat om bouwwerken in onze gemeente te realiseren. Als raadslid worden we vaak aangesproken: ‘Wanneer gebeurt er nu eindelijk eens wat, wanneer wordt er gebouwd? Uit de cijfers blijkt dat er veel werk in de steigers is gezet. Maar waarom wordt dit niet beter gecommuniceerd naar onze inwoners is onze volgende vraag? Is het college bereid dit alsnog  te doen?


Over inwoners gesproken:

De inwoners stellen steeds hogere eisen aan ons als gemeente. Terecht, vinden wij. Vragen en adviezen moeten zij gemakkelijk kunnen stellen en krijgen. De bereikbaarheid van de gemeentelijke organisatie is daarbij steeds belangrijker. Maar nog steeds laat dit te wensen over en wij gaan ervan uit dat de verbetertrajecten die zijn ingezet voortvarend worden gerealiseerd, met hopelijk ook resultaten die de inwoners gaan merken.

Wij verwachten van het college dat zij ons bij de jaarstukken over 2023 met cijfers onderbouwd informeert over de voortgang in bereikbaarheid. Zodat de raad kan vaststellen dat er daadwerkelijk een verbetering is.

Tot slot voorzitter:

Wij hebben als raad bij de begroting van 2022 subsidies goedgekeurd. Als wij dan in de verantwoording in de bijlage 6.4. pagina 212. We stellen vast dat er een aantal subsidies afwijken zijn dan de begrootte bedragen. Wij hebben gevraagd hoe dat kan. In het antwoord wordt heel vaag omschreven ‘dat er naast de subsidiebudgetten ook nog algemene budgetten zijn waaruit een subsidies kan worden verleend.’

Dan moet je als raad je afvragen “Hoe kunnen wij nu beoordelen of het allemaal correct  is aangepast”. Vraag aan het college: Op welke wijze kunt u de raad meer comfort geven bij deze bedragen zodat wij de rechtmatigheid van de verschillen kunnen beoordelen?

Ik dank u voor uw aandacht en als er vragen dan horen wij dit graag.”

Beantwoording vragen

De vragen gaan dus over drie zaken om op te nemen in de volgende jaarstukken (over 2023):

  • de aantallen geplande en gebouwde woningen;
  • verklaring van afwijkende subsidies;
  • voortgang in verbetering van de dienstverlening.

De wethouders hebben in de discussie met de raad toegezegd dat deze zaken voortaan zullen worden opgenomen in de financiële verslaggeving.

Smarter

Deze punten vallen onder het ‘smarter’ maken van de financiële verslaggeving in de jaarlijkse cyclus van Planning & Control. Dat is een doel dat het college zich al jaren geleden heeft gesteld. Een goede rapportage is niet alleen belangrijk voor de raad, maar ook voor de gemeente als organisatie. Hoe gaat het met het behalen van de gestelde doelen, de activiteiten die hierbij horen en het financiële plaatje? Loop je nog op schema? En ga je met de organisatie nog wel de juiste kant op, zoals in de (politieke) visie is besproken? Door periodiek verantwoording af te leggen over zowel de financiële cijfers als de inhoud, houd je continu de vinger aan de pols.

Jan-Paauw Handtekening

Jan Paauw

Fractievoorzitter (Tel: 06 – 206 671 56)

Aandachtsgebieden: Financiën – Economie – Bestuurlijke taken – Wonen – Ruimtelijke Ordening

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Winkelaanbod’

Normen voor winkelaanbod in Nederland omvatten wettelijke regels voor winkels.

Belangrijkste normen en richtlijnen:

  • Winkeltijdenwet: Openingstijden: winkels zijn in principe gesloten op zon- en feestdagen en tussen 22.00 en 6.00 uur. Gemeenten kunnen hierop uitzonderingen maken via een verordening.
  • Product- en verkoopregels: Productveiligheid: ondernemers moeten voldoen aan regels van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor etikettering en productveiligheid. Daarnaast geldt een informatieplicht over prijzen, garantie en productkenmerken.
  • Huisregels: Winkeliers mogen eigen huisregels opstellen, zoals een verbod op eten/drinken, verplichte mandjes, of tassencontroles.
  • Veiligheid: Het is essentieel dat de winkel veilig is ingericht en, indien noodzakelijk, ruimte biedt voor 1,5 meter afstand. Voor horeca zijn andere richtlijnen vastgesteld.
  • Online aanbod: Webshops moeten voldoen aan vermelding van KvK-nummer, btw-nummer en een fysiek adres.

Om rekening mee te houden in de toekomst

  • De winkelgebieden in onze gemeente worden goed bezocht voor zowel de dagelijkse boodschappen als meer uitzonderlijke aankomen (winkelen). Van onze inwoners winkelen de meeste mensen bij Winkelpromenade Soestdijk (53%) en Soest-Zuid (38%), gevolgd door online winkelen (33%);
  • Onze inwoners winkelen minder vaak regionaal. Respectievelijk 18 en 7 % winkelt in Amersfoort en Utrecht;
  • De inwoners van Soest en Soesterberg gaan voornamelijk met de auto naar de winkelgebieden;
  • Gratis parkeren is een belangrijk aspect voor het kiezen van een winkelgebied in onze gemeente;
  • Parkeren/parkeernorm zijn vaak een belemmering voor nieuwe ontwikkelingen (vergroting winkelaanbod);
  • In Winkelpromenade Soestdijk is er een tekort aan parkeerplaatsen. In Soest-Zuid en de Rademakerstraat is de parkeerdruk minder hoog;
  • Er is een gebrek in alle winkelgebieden aan openbare toiletvoorzieningen;
  • Supermarkten blijven de trekkers voor alle winkelgebieden in Soest. Nieuwe (concurrerende) supermarkten verhogen de aantrekkingskracht van de winkelgebieden.
  • ‘Pick-up points’ (voor ‘online’ gekochte producten) in- of bij bestaande winkelcentra en supermarktlocaties stimuleren combinatiebezoek en leiden daarmee tot meer omzet voor de plaatselijke winkels.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Wijkwethouders”

De (vier) wethouders van Soest krijgen naast hun portefeuilles (zoals bijvoorbeeld wonen, verkeer en ruimtelijke ordening) ook wijken van Soest en Soesterberg toebedeeld. Voor deze wijken zijn zij de ‘wijkwethouder’. Zij vormen een direct aanspreekpunt voor de inwoners van deze wijk met het college van Burgemeester en Wethouders.

Wijkwethouders gaan samen met u de wijk in tijdens een wijkschouw en zijn bij evenementen of andere gebeurtenissen in uw wijk.

Inwoners kunnen met vragen en ideeën bij hun wijkwethouder terecht.

U kunt met alle onderwerpen en ideeën over uw wijk terecht bij uw wijkwethouder. In sommige gevallen kan dit een onderwerp zijn wat ook in de portefeuille van uw (wijk)wethouder valt. Het lijntje tussen inwoners en college kan in dit geval niet korter! In andere gevallen is het misschien niet iets wat de portefeuille van uw wijkwethouder betreft. De wijkwethouder kan uw tips of informatie dan wel overbrengen bij de betreffende portefeuillehouder.

De relatie tussen de wijkwethouder en de portefeuillehouder is afgesproken in het college. De wijkwethouder neemt niet de plaats in van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan bij belangrijke inhoudelijk thema’s natuurlijk wel gebruik maken van de kennis van de wijkwethouder.

Wij willen starten met een wijkwethouder voor Soesterberg. Als dit de verwachte resultaten heeft breiden we het principe uit over de andere wijken van Soest.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met “Dorpsvisie”

Een dorpsvisie is een richtinggevend document, opgesteld door bewoners, dat de gewenste toekomst, beleving en identiteit van een dorp vastlegt. Het vertaalt wensen en ideeën van de gemeenschap naar concrete doelen voor wonen, zorg en voorzieningen, en dient als basis voor overleg met de gemeente.

Wat houdt het maken van een dorpsvisie in?

  • Doel: Het behouden of versterken van de beleving en het karakter van het dorp, vaak ter voorbereiding op omgevingsplannen of gemeentelijk beleid.
  • Proces: Bewoners, verenigingen en andere belanghebbenden inventariseren knelpunten en ambities.
  • Inhoud: Visie op ruimtelijke ordening wonen, voorzieningen, zorg en groen, vaak vertaald in een actieplan.
  • Resultaat: Een gedragen integraal document dat richting geeft aan de toekomst en fungeert als gezichtspunt richting gemeente en provincie.

Stappen voor het maken van een dorpsvisie:

  1. Organisatie: Vorm een werkgroep van betrokken bewoners.
  2. Participatie: Organiseer bijeenkomsten, enquêtes of inloopavonden om ideeën op te halen.
  3. Analyse: Breng kwaliteiten, knelpunten en trends (bijv. vergrijzing, woningnood) in kaart.
  4. Visievorming: Formuleer gezamenlijke ambities en prioriteiten.
  5. Actieplan: Vertaal de visie naar concrete, haalbare projecten.
  6. Verankering: Presenteer de visie aan het dorp en de gemeente.

Een dorpsvisie is essentieel voor het behoud van de lokale identiteit en zorgt voor een sterkere positie in samenwerking en besluitvorming.

 

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘voorzieningen’

Gemeenten bieden diverse voorzieningen voor sport en cultuur, vaak gericht op deelname door mensen met een laag inkomen. Belangrijke regelingen zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voor contributie en materiaal tot 18 jaar) en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (voor 18+). Daarnaast faciliteren ze vaak met buurtsportcoaches, sportspullenbanken en subsidies voor accommodaties.

Belangrijke Voorzieningen en Regelingen:

  • Jeugdfonds Sport & Cultuur: Vergoedt contributie en materiaal voor sport, muziek, dans of theater voor kinderen uit gezinnen met minder geld.
  • Volwassenenfonds Sport & Cultuur: Betaalt het lesgeld/contributie voor volwassenen die rond het bestaansminimum leven.
  • Lokale regelingen: Veel gemeenten hebben een ‘Kindpakket’, ‘Activeringsregeling’ of een stadspas waarmee activiteiten (zoals zwemles, bibliotheek, musea) (gratis) toegankelijk zijn.
  • Sportspullenbanken/Beweegcoaches: Ondersteuning bij het vinden van geschikte activiteiten en het verkrijgen van materialen.
  • Subsidies: Ondersteuning voor verenigingen, waaronder de BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties.
  • Aanvragen voor deze fondsen verlopen vaak via een intermediair zoals een school, buurtsportcoach of maatschappelijk werker. Kijk op de website van de betreffende gemeente voor de specifieke mogelijkheden.