Woningcorporaties moeten opschalen,
maar gaat dit lukken?

Opschalen-Optoppen-slopen-nieuwbouwIn Nederland bestaat de ambitie om structureel 30.000 sociale huurwoningen per jaar te realiseren. Al jarenlang is de situatie rond woningcorporaties complex. Een belangrijk knelpunt is dat corporaties niet langer zelf de regie hebben: zij beschikken veel minder over eigen grondposities dan 20 jaar geleden en zijn daardoor afhankelijk van marktpartijen of welwillende gemeenten.

De gemeente Soest heeft een doelgroepenverordening vastgesteld. Dit is een positieve ontwikkeling, omdat de gemeente hiermee – vooral bij grotere projecten – meer mogelijkheden heeft om voorwaarden af te dwingen bij projectontwikkelaars en grondeigenaren. Tijdens het vooroverleg met de afdeling Vergunningverlening vormt met name artikel 11 (Prijs-kwaliteitsverhouding) een belangrijke richtlijn voor de eisen waaraan sociale huurwoningen en sociale koopwoningen moeten voldoen. Waarschijnlijk bevatten deze eisen – waaronder de eisen voor woonoppervlakte – knelpunten voor zowel ontwikkelaars als woningcorporaties.

Sinds de vaststelling van deze verordening in 2023 zijn de bouwkosten weer fors gestegen. Dit vraagt om realisme vanuit de gemeente, zeker wanneer zij de afgesproken aantallen nieuwbouwwoningen wil realiseren conform de woningdeal: de afspraak met de provincie Utrecht en de regio over het aantal te bouwen woningen vóór 2030 in onze gemeente.

Om de ambities waar te maken zullen woningcorporaties creatief moeten zijn, aanvullende middelen van de rijksoverheid moeten ontvangen, of moeten de eisen in de doelgroepenverordening worden aangepast. De GGS-fractie is van mening dat vooral de oppervlakte-eisen voor de sociale categorie minder strikt moeten worden gehanteerd. Te strakke voorwaarden kunnen bouwplannen onder druk zetten, zeker nu bouwkosten stijgen door inflatie, hogere arbeidskosten en duurdere materialen.

De gemeente Soest draagt bovendien al regelmatig financieel bij om sociale woningbouw mogelijk te maken. Verschillende succesvolle projecten in de afgelopen periode – en projecten die binnenkort starten – zijn alleen haalbaar doordat de gemeente financieel heeft ondersteund. Voorbeelden hiervan zijn de nieuwbouw op de Oude Gemeentewerf aan de Molenstraat, de seniorenwoningen aan de Di lassostraat, ontwikkelingen in Soesterberg-Noord, en Parckhart aan de Dalweg. Deze financiële steun is altijd door onze fractie ondersteund.

Optoppen en sloop-nieuwbouw als oplossing

Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) zijn niet alleen financiële middelen een probleem voor corporaties: geschikte locaties vormen de grootste uitdaging. 40% van de sociale woningbouwopgave betreft sloop-nieuwbouw. Dit vraagt om beschikbare vervangende woonruimte in een toch al krappe woningmarkt.

In Soest zijn het optoppen van Hoog-Soestdijk, aan de Klaarwaterweg en aan de Moerbessenweg in Soesterberg goede voorbeelden van oplossingen die wél haalbaar zijn. Wat de GGS-fractie betreft is ook de wijk Het Hart een logische volgende locatie voor dit soort woonoplossingen. Hiermee kan het aantal woningen worden vergroot én kan worden geïnvesteerd in modernere, energiezuinigere woningen.

Scheefwonen: is het op te lossen?

Van scheefwonen is sprake wanneer het gezinsinkomen hoger wordt dan past bij de sociale huurwoning waarin men woont. Landelijk betaalt 19% van de huishoudens te weinig huur in verhouding tot hun inkomen. In Soest is dit naar verwachting niet anders. Hoewel er wetgeving bestaat die corporaties in staat stelt om huren voor deze groep sneller te verhogen, voert 60% van de corporaties dit niet uit.

Onze fractie vindt dat huurverhoging alleen verantwoord is wanneer er voldoende passende huisvesting beschikbaar is, zodat doorstroming daadwerkelijk mogelijk wordt. Daarom zullen wij als GGS-fractie erop toezien dat woningbouwprojecten binnen onze gemeente goed worden gefaciliteerd en dat er voldoende middelen beschikbaar zijn, inclusief extra capaciteit bij de gemeentelijke organisatie, om deze opgave waar te maken!

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Winkelaanbod’

Normen voor winkelaanbod in Nederland omvatten wettelijke regels voor winkels.

Belangrijkste normen en richtlijnen:

  • Winkeltijdenwet: Openingstijden: winkels zijn in principe gesloten op zon- en feestdagen en tussen 22.00 en 6.00 uur. Gemeenten kunnen hierop uitzonderingen maken via een verordening.
  • Product- en verkoopregels: Productveiligheid: ondernemers moeten voldoen aan regels van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor etikettering en productveiligheid. Daarnaast geldt een informatieplicht over prijzen, garantie en productkenmerken.
  • Huisregels: Winkeliers mogen eigen huisregels opstellen, zoals een verbod op eten/drinken, verplichte mandjes, of tassencontroles.
  • Veiligheid: Het is essentieel dat de winkel veilig is ingericht en, indien noodzakelijk, ruimte biedt voor 1,5 meter afstand. Voor horeca zijn andere richtlijnen vastgesteld.
  • Online aanbod: Webshops moeten voldoen aan vermelding van KvK-nummer, btw-nummer en een fysiek adres.

Om rekening mee te houden in de toekomst

  • De winkelgebieden in onze gemeente worden goed bezocht voor zowel de dagelijkse boodschappen als meer uitzonderlijke aankomen (winkelen). Van onze inwoners winkelen de meeste mensen bij Winkelpromenade Soestdijk (53%) en Soest-Zuid (38%), gevolgd door online winkelen (33%);
  • Onze inwoners winkelen minder vaak regionaal. Respectievelijk 18 en 7 % winkelt in Amersfoort en Utrecht;
  • De inwoners van Soest en Soesterberg gaan voornamelijk met de auto naar de winkelgebieden;
  • Gratis parkeren is een belangrijk aspect voor het kiezen van een winkelgebied in onze gemeente;
  • Parkeren/parkeernorm zijn vaak een belemmering voor nieuwe ontwikkelingen (vergroting winkelaanbod);
  • In Winkelpromenade Soestdijk is er een tekort aan parkeerplaatsen. In Soest-Zuid en de Rademakerstraat is de parkeerdruk minder hoog;
  • Er is een gebrek in alle winkelgebieden aan openbare toiletvoorzieningen;
  • Supermarkten blijven de trekkers voor alle winkelgebieden in Soest. Nieuwe (concurrerende) supermarkten verhogen de aantrekkingskracht van de winkelgebieden.
  • ‘Pick-up points’ (voor ‘online’ gekochte producten) in- of bij bestaande winkelcentra en supermarktlocaties stimuleren combinatiebezoek en leiden daarmee tot meer omzet voor de plaatselijke winkels.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Wijkwethouders”

De (vier) wethouders van Soest krijgen naast hun portefeuilles (zoals bijvoorbeeld wonen, verkeer en ruimtelijke ordening) ook wijken van Soest en Soesterberg toebedeeld. Voor deze wijken zijn zij de ‘wijkwethouder’. Zij vormen een direct aanspreekpunt voor de inwoners van deze wijk met het college van Burgemeester en Wethouders.

Wijkwethouders gaan samen met u de wijk in tijdens een wijkschouw en zijn bij evenementen of andere gebeurtenissen in uw wijk.

Inwoners kunnen met vragen en ideeën bij hun wijkwethouder terecht.

U kunt met alle onderwerpen en ideeën over uw wijk terecht bij uw wijkwethouder. In sommige gevallen kan dit een onderwerp zijn wat ook in de portefeuille van uw (wijk)wethouder valt. Het lijntje tussen inwoners en college kan in dit geval niet korter! In andere gevallen is het misschien niet iets wat de portefeuille van uw wijkwethouder betreft. De wijkwethouder kan uw tips of informatie dan wel overbrengen bij de betreffende portefeuillehouder.

De relatie tussen de wijkwethouder en de portefeuillehouder is afgesproken in het college. De wijkwethouder neemt niet de plaats in van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan bij belangrijke inhoudelijk thema’s natuurlijk wel gebruik maken van de kennis van de wijkwethouder.

Wij willen starten met een wijkwethouder voor Soesterberg. Als dit de verwachte resultaten heeft breiden we het principe uit over de andere wijken van Soest.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met “Dorpsvisie”

Een dorpsvisie is een richtinggevend document, opgesteld door bewoners, dat de gewenste toekomst, beleving en identiteit van een dorp vastlegt. Het vertaalt wensen en ideeën van de gemeenschap naar concrete doelen voor wonen, zorg en voorzieningen, en dient als basis voor overleg met de gemeente.

Wat houdt het maken van een dorpsvisie in?

  • Doel: Het behouden of versterken van de beleving en het karakter van het dorp, vaak ter voorbereiding op omgevingsplannen of gemeentelijk beleid.
  • Proces: Bewoners, verenigingen en andere belanghebbenden inventariseren knelpunten en ambities.
  • Inhoud: Visie op ruimtelijke ordening wonen, voorzieningen, zorg en groen, vaak vertaald in een actieplan.
  • Resultaat: Een gedragen integraal document dat richting geeft aan de toekomst en fungeert als gezichtspunt richting gemeente en provincie.

Stappen voor het maken van een dorpsvisie:

  1. Organisatie: Vorm een werkgroep van betrokken bewoners.
  2. Participatie: Organiseer bijeenkomsten, enquêtes of inloopavonden om ideeën op te halen.
  3. Analyse: Breng kwaliteiten, knelpunten en trends (bijv. vergrijzing, woningnood) in kaart.
  4. Visievorming: Formuleer gezamenlijke ambities en prioriteiten.
  5. Actieplan: Vertaal de visie naar concrete, haalbare projecten.
  6. Verankering: Presenteer de visie aan het dorp en de gemeente.

Een dorpsvisie is essentieel voor het behoud van de lokale identiteit en zorgt voor een sterkere positie in samenwerking en besluitvorming.

 

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘voorzieningen’

Gemeenten bieden diverse voorzieningen voor sport en cultuur, vaak gericht op deelname door mensen met een laag inkomen. Belangrijke regelingen zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voor contributie en materiaal tot 18 jaar) en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (voor 18+). Daarnaast faciliteren ze vaak met buurtsportcoaches, sportspullenbanken en subsidies voor accommodaties.

Belangrijke Voorzieningen en Regelingen:

  • Jeugdfonds Sport & Cultuur: Vergoedt contributie en materiaal voor sport, muziek, dans of theater voor kinderen uit gezinnen met minder geld.
  • Volwassenenfonds Sport & Cultuur: Betaalt het lesgeld/contributie voor volwassenen die rond het bestaansminimum leven.
  • Lokale regelingen: Veel gemeenten hebben een ‘Kindpakket’, ‘Activeringsregeling’ of een stadspas waarmee activiteiten (zoals zwemles, bibliotheek, musea) (gratis) toegankelijk zijn.
  • Sportspullenbanken/Beweegcoaches: Ondersteuning bij het vinden van geschikte activiteiten en het verkrijgen van materialen.
  • Subsidies: Ondersteuning voor verenigingen, waaronder de BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties.
  • Aanvragen voor deze fondsen verlopen vaak via een intermediair zoals een school, buurtsportcoach of maatschappelijk werker. Kijk op de website van de betreffende gemeente voor de specifieke mogelijkheden.