Zorgvuldige woningbouw: eerst provincie
en gebiedsvisie, dan aantallen

KnotwilgengebiedEerst horen van de provincie over de potentie om woningen te bouwen, dán een gebiedsvisie vaststellen en vervolgens bepalen hoeveel woningen daar kunnen worden gebouwd.

Met de verkiezingen op komst is bouwen achter de Schans weer als proefballonnetje opgeworpen. GGS zal daar uiteraard niet in meegaan, omdat we met bouwen in de polder (inclusief rondweg) de dorpse kwaliteiten van Soest vergooien. Bovendien is het helemaal niet aan de orde om al te praten over een volgende ontwikkellocatie. Binnen de gemeente zijn er voor de komende jaren voldoende woningbouwplannen. Met de verkenning van bouwen in de dorpsranden bij de Stadhouderslaan wordt tegemoetgekomen aan de eventuele behoefte na 2030.

Speculatie over woningbouw in de polder vraagt kostbare ambtelijke capaciteit die veel harder nodig is voor onder meer het uitwerken van bestaande woningbouwplannen, een gebiedsvisie voor het knotwilgengebied en het benutten van de kansen die er bij de bestaande (winkel)centra liggen om met appartementen voor starters en senioren levendigheid te creëren én passende woningen te bouwen. We moeten ons dus niet laten afleiden door onzinnige en onnodige speculatie.

Een uitgebreid proces heeft geleid tot het aanwijzen van locaties bij de Stadhouderslaan als potentiële locaties voor woningbouw. De provincie beraadt zich nu over toestemming. In het geval die door de provincie wordt gegeven, zullen we samen met de omgeving een gebiedsvisie moeten maken om tot een waardevolle wijk te komen. Dorps, groen en vitaal zijn kernwaarden die door de gemeenteraad zijn meegegeven voor een eventuele gebiedsontwikkeling. Wat GGS betreft houdt dorps, groen en vitaal in dat hier geen massale woningbouw plaatsvindt. Meer bouwen dan het gebied aankan brengt de kwaliteit en betaalbaarheid van de wijk, het participatieproces en de juridische houdbaarheid van besluiten in gevaar.

Eerst kwaliteit, dan woningaantallen

Een te groot programma voor dit gebied laat bijzonder weinig ruimte voor een gezond water- en bodemsysteem, het behoud van de knotwilgen en het realiseren van waardevol groen voor mens en natuur. Door deze aspecten centraal te stellen, kan een gebied ontstaan waar woningbouw wordt gerealiseerd en waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten, sporten en genieten. Zo kan ook worden gezorgd voor een fijne overgang van dorp naar buitengebied.

Met een te groot programma wordt de draagkracht van het gebied overschreden. Om netcongestie, verkeersoverlast en grondwaterproblemen te voorkomen, zullen dure oplossingen moeten worden bedacht die de betaalbaarheid van woningen in gevaar kan brengen. Het belangrijkste punt is echter dat de gemeente een zorgvuldig participatieproces met de omgeving moet doorlopen.

GGS is daarom duidelijk: eerst horen van de provincie over de potentie om woningen te bouwen, dán een gebiedsvisie maken waarin alle waarden en belangen een passende plek krijgen en pas daarna het aantal woningen bepalen dat daarbij past. Alleen zo kan hier een toekomstbestendige wijk ontstaan waar ook de huidige bewoners van de wijk iets aan hebben.

Juridisch risico

Uit het woningmarktonderzoek Soest dat vorig jaar is uitgevoerd, blijkt dat er behoefte is aan circa 1.900 woningen in de periode 2030–2040. Omdat er al een aantal plannen bestaat voor deze periode (circa 1.500 woningen), is het voldoende om nog circa 400 woningen in het aan te wijzen gebied te realiseren. Meer woningen zijn niet te onderbouwen vanuit een “evenwichtige toedeling van functies aan locaties”, zoals de wet verplicht. Bij een te omvangrijk programma bestaat het risico dat belanghebbenden in verweer komen, omdat er dan geen sprake lijkt te zijn van een zorgvuldige afweging. De rechter zou dan een streep kunnen zetten door de gehele planvoorbereiding.

GGS is geen voorstander van bouwen in de open gebieden van Soest. Tegelijk zien we dat er woningen nodig zijn en dat doorstroming en binnenstedelijke bouw een groot deel van de oplossing kunnen vormen. Als wordt overgegaan tot ontwikkeling van één of beide dorpsranden bij de Stadhouderslaan, zal GGS zich, naast het waarderen van water, bodem en biodiversiteit, ook hard maken voor ontwikkeling gericht op ontmoeting en recreatie.

Polder
Jan-Paauw Handtekening

Jan Paauw

Fractievoorzitter (Tel: 06 – 206 671 56)

Aandachtsgebieden: Financiën – Economie – Bestuurlijke taken – Wonen – Ruimtelijke Ordening

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Winkelaanbod’

Normen voor winkelaanbod in Nederland omvatten wettelijke regels voor winkels.

Belangrijkste normen en richtlijnen:

  • Winkeltijdenwet: Openingstijden: winkels zijn in principe gesloten op zon- en feestdagen en tussen 22.00 en 6.00 uur. Gemeenten kunnen hierop uitzonderingen maken via een verordening.
  • Product- en verkoopregels: Productveiligheid: ondernemers moeten voldoen aan regels van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor etikettering en productveiligheid. Daarnaast geldt een informatieplicht over prijzen, garantie en productkenmerken.
  • Huisregels: Winkeliers mogen eigen huisregels opstellen, zoals een verbod op eten/drinken, verplichte mandjes, of tassencontroles.
  • Veiligheid: Het is essentieel dat de winkel veilig is ingericht en, indien noodzakelijk, ruimte biedt voor 1,5 meter afstand. Voor horeca zijn andere richtlijnen vastgesteld.
  • Online aanbod: Webshops moeten voldoen aan vermelding van KvK-nummer, btw-nummer en een fysiek adres.

Om rekening mee te houden in de toekomst

  • De winkelgebieden in onze gemeente worden goed bezocht voor zowel de dagelijkse boodschappen als meer uitzonderlijke aankomen (winkelen). Van onze inwoners winkelen de meeste mensen bij Winkelpromenade Soestdijk (53%) en Soest-Zuid (38%), gevolgd door online winkelen (33%);
  • Onze inwoners winkelen minder vaak regionaal. Respectievelijk 18 en 7 % winkelt in Amersfoort en Utrecht;
  • De inwoners van Soest en Soesterberg gaan voornamelijk met de auto naar de winkelgebieden;
  • Gratis parkeren is een belangrijk aspect voor het kiezen van een winkelgebied in onze gemeente;
  • Parkeren/parkeernorm zijn vaak een belemmering voor nieuwe ontwikkelingen (vergroting winkelaanbod);
  • In Winkelpromenade Soestdijk is er een tekort aan parkeerplaatsen. In Soest-Zuid en de Rademakerstraat is de parkeerdruk minder hoog;
  • Er is een gebrek in alle winkelgebieden aan openbare toiletvoorzieningen;
  • Supermarkten blijven de trekkers voor alle winkelgebieden in Soest. Nieuwe (concurrerende) supermarkten verhogen de aantrekkingskracht van de winkelgebieden.
  • ‘Pick-up points’ (voor ‘online’ gekochte producten) in- of bij bestaande winkelcentra en supermarktlocaties stimuleren combinatiebezoek en leiden daarmee tot meer omzet voor de plaatselijke winkels.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘Wijkwethouders”

De (vier) wethouders van Soest krijgen naast hun portefeuilles (zoals bijvoorbeeld wonen, verkeer en ruimtelijke ordening) ook wijken van Soest en Soesterberg toebedeeld. Voor deze wijken zijn zij de ‘wijkwethouder’. Zij vormen een direct aanspreekpunt voor de inwoners van deze wijk met het college van Burgemeester en Wethouders.

Wijkwethouders gaan samen met u de wijk in tijdens een wijkschouw en zijn bij evenementen of andere gebeurtenissen in uw wijk.

Inwoners kunnen met vragen en ideeën bij hun wijkwethouder terecht.

U kunt met alle onderwerpen en ideeën over uw wijk terecht bij uw wijkwethouder. In sommige gevallen kan dit een onderwerp zijn wat ook in de portefeuille van uw (wijk)wethouder valt. Het lijntje tussen inwoners en college kan in dit geval niet korter! In andere gevallen is het misschien niet iets wat de portefeuille van uw wijkwethouder betreft. De wijkwethouder kan uw tips of informatie dan wel overbrengen bij de betreffende portefeuillehouder.

De relatie tussen de wijkwethouder en de portefeuillehouder is afgesproken in het college. De wijkwethouder neemt niet de plaats in van de portefeuillehouder. De portefeuillehouder kan bij belangrijke inhoudelijk thema’s natuurlijk wel gebruik maken van de kennis van de wijkwethouder.

Wij willen starten met een wijkwethouder voor Soesterberg. Als dit de verwachte resultaten heeft breiden we het principe uit over de andere wijken van Soest.

Verduidelijking wat wordt bedoeld met “Dorpsvisie”

Een dorpsvisie is een richtinggevend document, opgesteld door bewoners, dat de gewenste toekomst, beleving en identiteit van een dorp vastlegt. Het vertaalt wensen en ideeën van de gemeenschap naar concrete doelen voor wonen, zorg en voorzieningen, en dient als basis voor overleg met de gemeente.

Wat houdt het maken van een dorpsvisie in?

  • Doel: Het behouden of versterken van de beleving en het karakter van het dorp, vaak ter voorbereiding op omgevingsplannen of gemeentelijk beleid.
  • Proces: Bewoners, verenigingen en andere belanghebbenden inventariseren knelpunten en ambities.
  • Inhoud: Visie op ruimtelijke ordening wonen, voorzieningen, zorg en groen, vaak vertaald in een actieplan.
  • Resultaat: Een gedragen integraal document dat richting geeft aan de toekomst en fungeert als gezichtspunt richting gemeente en provincie.

Stappen voor het maken van een dorpsvisie:

  1. Organisatie: Vorm een werkgroep van betrokken bewoners.
  2. Participatie: Organiseer bijeenkomsten, enquêtes of inloopavonden om ideeën op te halen.
  3. Analyse: Breng kwaliteiten, knelpunten en trends (bijv. vergrijzing, woningnood) in kaart.
  4. Visievorming: Formuleer gezamenlijke ambities en prioriteiten.
  5. Actieplan: Vertaal de visie naar concrete, haalbare projecten.
  6. Verankering: Presenteer de visie aan het dorp en de gemeente.

Een dorpsvisie is essentieel voor het behoud van de lokale identiteit en zorgt voor een sterkere positie in samenwerking en besluitvorming.

 

Verduidelijking wat wordt bedoeld met ‘voorzieningen’

Gemeenten bieden diverse voorzieningen voor sport en cultuur, vaak gericht op deelname door mensen met een laag inkomen. Belangrijke regelingen zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur (voor contributie en materiaal tot 18 jaar) en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur (voor 18+). Daarnaast faciliteren ze vaak met buurtsportcoaches, sportspullenbanken en subsidies voor accommodaties.

Belangrijke Voorzieningen en Regelingen:

  • Jeugdfonds Sport & Cultuur: Vergoedt contributie en materiaal voor sport, muziek, dans of theater voor kinderen uit gezinnen met minder geld.
  • Volwassenenfonds Sport & Cultuur: Betaalt het lesgeld/contributie voor volwassenen die rond het bestaansminimum leven.
  • Lokale regelingen: Veel gemeenten hebben een ‘Kindpakket’, ‘Activeringsregeling’ of een stadspas waarmee activiteiten (zoals zwemles, bibliotheek, musea) (gratis) toegankelijk zijn.
  • Sportspullenbanken/Beweegcoaches: Ondersteuning bij het vinden van geschikte activiteiten en het verkrijgen van materialen.
  • Subsidies: Ondersteuning voor verenigingen, waaronder de BOSA-subsidie voor bouw en onderhoud van sportaccommodaties.
  • Aanvragen voor deze fondsen verlopen vaak via een intermediair zoals een school, buurtsportcoach of maatschappelijk werker. Kijk op de website van de betreffende gemeente voor de specifieke mogelijkheden.